Je lichaam past zich een tijd aan — en dat is precies het gevaar. Eerst compenseer je met adrenaline, discipline en wilskracht. Daarna ga je over op korter slapen, sneller eten, minder voelen. Op een bepaald punt krijg je niet “meer signalen”, maar zwaardere signalen: slapeloosheid die niet meer wegtrekt, prikkelbaarheid, brain fog, angstige onrust, hartkloppingen, terugkerende infecties of totale uitputting. En vaak sijpelt het ook je relatie binnen: omdat je thuis niet echt meer aanwezig kan zijn wanneer je systeem permanent aan staat.